Deze tentoonstelling bestaat geheel uit tekeningen die ik heb gemaakt van 1964 tot en met 1974; kindertekeningen. Ze zijn niet alleen van mij, maar voor een deel van een vriend, Winfried van Deursen; we werkten vaak samen. Het zijn allemaal plattegronden van steden en landen. De stijl in de tekeningen van Winfried is anders, hebben een wetenschappelijker aanzien dan mijn tekeningen – hij voegde bijvoorbeeld een index met plaatsnamen toe. Het stopte omdat ik vond dat ze er uit moesten zien als echte kaarten; het werd steeds arbeidsintensiever. Op een gegeven moment vond ik het kinderachtig.  (Een vriend bouwde militaire vliegtuigjes. Toen hij vond dat het afgelopen moest zijn hing hij ze allemaal in een boom en schoot hij ze aan flarden met een buks. Mijn tekeningen heb ik bewaard.) De tentoonstelling werd gemaakt voor het Rijnoeverhuis, Arnhem, en liep parallel met de tentoonstelling Sonsbeek ’93, waar ik ook aan had bijgedragen. In 1994 maakte de tentoonstelling deel uit van de tentoonstelling Een huis in het Centraal Museum Utrecht.