In de film Lounge II loop je door een opblaasbaar paviljoen waarin alles beweegt. Er bevinden zich beelden van Barbarella en Provo’s (achternagezeten door bereden agent), Karlheinz Stockhausen, de a-ritmisch drummende drummers Rashied Ali en Sonny Murray. Daar tussenin liggen hippies. Zij zijn deel van dat paviljoen en bewegen op en neer op jouw tred (of de tred van een fictieve bezoeker). Deze figuren hebben allemaal iets te maken met een idee van vrijheid, met de vrijheid die ontstaat door participatie. Ze worden hier opgevoerd als ruimtelijke artefacten, zeg maar, als objecten van aanroeping, net als beeldhouwwerken in een tempel.

Ik heb de film nooit afgemaakt.