In 1991 opende er een tentoonstelling in Lokaal 01 in Breda. Op het voorplein stond een slaapplaats voor een dakloze.

Deze tentoonstelling was een reactie op de kunst uit de late jaren ’80 van de vorige eeuw. Ik was sterk onder de indruk geweest van de eerste werken van Jan Vercruysse (de Kamers), maar werd later het doofstomme karakter moe van veel werken uit die jaren: de ironie, het oppervlak zonder diepte, de sfeer die om deze kunstwerken hing. Het leek bovendien of de kunstenaars en curatoren die dit werk maakten vonden dat zij een circuit van uitverkorenen vormden. Publiek telde niet mee. Ik vond dat het anders moest: de gestes in deze kunst moesten worden omgedraaid en in plaats van het doofstomme karakter, moest de tentoonstelling worden teruggebracht tot een sociaal gesprek. Vandaar die slaapplaats voor een dakloze en die maaltijd: ik opende de tentoonstelling met een maaltijd voor alle bezoekers. Binnen waren er een enorme luifel, een tafel, borden, een oven, pasteien; alles maakte van de tentoonstelling deel uit.

Toen Rutger Pontzen veel later een boekje zou schrijven over maaltijden in de beeldende kunst, vroeg hij ook mij om informatie. Misschien dat ik de opzet van het boekje in de war stuurde toen bleek dat mijn maaltijd eerder plaats had gehad dan de eerste maaltijd van Rirkrit Tiravanija. In elk geval verwerkte Rutger Pontzen de datum van mijn tentoonstelling en maaltijd in Lokaal 01 niet in de lopende tekst, alleen in een voetnoot.

  • jaar 1991
  • materiaal multiplex, jachtlak, donzen slaapzak, band
  • maat 80 x 100 x 200 cm
  • verzameling Centraal Museum Utrecht