Het absolute modernisme moet zich losmaken van het hier en nu en los van de praktische bruikbaarheid. Van een huis moet elke zijde gelijkwaardig zijn, als bij een dobbelsteen. Het Rietveld-Schröderhuis (1924) maakt deel uit van de canon van het moderne bouwen. De woning heeft maar drie gevels (de vierde zijde grenst immers aan het huis van de buren). Ik ging ervan uit dat het mogelijk moest zijn het naar een nog algemener, canonieker modernisme door te ontwikkelen. Hiervoor nam ik drie gevels als uitgangspunt (als die in het Rietveld-Schröderhuis), die verdubbelde ik en schoof ik in elkaar. Dat leidde tot dit model. Het is te kantelen; elke gevel kan naar de onder- of bovenzijde worden gedraaid.