De zitkuil / Kommune 1 / Amon Düül

 

In het Engels is een zitkuil een conversation pit – een beter begrip dan zitkuil.

Deze zitkuil is gebouwd in een zaal in Marres, Maastricht. Boven de zitkuil was een muurschildering aangebracht, een montage van twee afbeeldingen. De eerste toont het gezicht van een model in een uitvergroot SMYK-raster van stippen.
De tweede is een collage op zich. De 7 mensen bovenaan waren lid van Kommune 1 (kortweg K 1, Berlijn 1967-1969). De overigen zijn musici van Duitse bands die toen actief waren: Amon Düül en Amon Düül II – allemaal Krautrock. De band Amon Düül vormde ook een commune, in München. De leden van K 1 en Amon Düül kenden elkaar. Eén lid van Amon Düül zou bij K 1 intrekken en furore maken als het hippiemodel bij uitstek.

In Kommune 1 kwam van alles samen:

het was een plaats voor activisme tegen economische structuren,

voor activisme,

tegen de beperkingen onder het bestuur van de geallieerden,

het was APO – ausserparlementarische Opposition,

het was tegen autoritair optreden,

het was een opstand tegen de meest algemene nucleus: het gezin,

en tegen de traditionele seksualiteit (die immers niets anders zou zijn dan een serie verkapitaliseerde verhoudingen),

het was de vertaling van persoonlijk leven in politiek leven,

en van politiek leven in persoonlijk leven,

de plaats voor de seksuele bevrijding,

van het hippie-fotomodel,

het was de zucht naar aandacht van media en het was de behendigheid met de media om te gaan,

het was cool en veel haar,

het was hedonisme en drugs,

en het was tenslotte ook nog een commune.

In 1967 werden de APO’s door het boulevardblad Bild beticht van brandstichting in een warenhuis. Het begrip nepnieuws werd nog niet gebruikt, maar de methode was hetzelfde: Bild bracht eerst het bericht groot op de voorpagina. Dan werd de beschuldiging een aantal malen herhaald. Pas later werd het gerectificeerd in een klein bericht ergens op pagina 5, onder een kleine kop.

Berucht is de radicalisering van figuren uit de invloedssfeer rondom de communes die leidde tot de moorden en bankovervallen van de RAF, tot contacten met de STASI en de PLO.

De communes waren productief. Er was Krautrock, het fotomodel, Fassbinders film Die Niklaushauser Fahrt (een film met een Marxistisch getinte uitleg van de maatschappij begeleid door de dreunende pop van Amon Düül II) en er werden boeken uitgegeven van en door de communards zelf (o.a. door Ulrich Enzensberger, Rainer Langhans, Uschi Obermaier en Fritz Teufel).
Tenslotte is het opvallend hoe deze communes zichzelf als icoon op de kaart wisten te zetten. (Je zou zeggen: in het oog lopend is hoeveel zij in het oog liepen.)

Tenslotte over activisme: ik merkte hoe wij Nederlanders de macht van nieuw rechts, Pegida en alt-right tot voor kort afdeden als niet ter zake (bijvoorbeeld omdat er toch niemand meer met Wilders zou willen regeren). Ondertussen hebben deze rechtse types zich op hun front goed georganiseerd – een voorbeeld is de site DDS (De Dagelijkse Standaard). Verschillende van deze groepen gaan vrijages aan met ideeën over het Avondland: over het westen dat zou worden aangevreten door vijanden binnen het westen zelf en over de ondergang. Wie iets weet over Oswald Spengler (de schrijver van Die Untergang des Abendlandes) en andere denkbeelden die bij het fascisme een bepalende rol hebben gespeeld, weet dat dergelijk gedachtegoed niet onschuldig is (de laatste letter van de afkorting Pegida is van Abendland afkomstig – Pegida: Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes). Het kan zijn dat wij ons tegen rechts moeten organiseren. Ik hoop dat ons bewustzijn hierover zich zal versterken. Ik geloof dat bepaalde vormen van activisme opnieuw actualiteit moeten verkrijgen en dat deze tegen nieuw rechts moet worden ingezet.

Jan, Maastricht 2016 / 2017

  • jaar 2016
  • materiaal acrylverf
  • maat 10 meter lang